Personen die getroffen zijn door een TIA (transcient ischemic attack) of CVA (beroerte) die niet het gevolg is van een bloeding, mogen eerder weer hun voertuig besturen. Minister Eurlings van Verkeer heeft hiertoe besloten naar aanleiding van een advies van de Gezondheidsraad.
Wel moet een neuroloog verklaren dat er geen functiestoornissen zijn die van invloed kunnen zijn op de rijgeschiktheid. Pas na zo’n verklaring wordt de termijn van rijongeschiktheid verkort voor motor- en autorijbewijzen van zes maanden naar twee weken, en voor vrachtauto- en busrijbewijzen van vijf jaar naar zes weken. Dit betekent dat zeer veel beroepschauffeurs weer aan het werk kunnen of hun baan kunnen behouden.
De versoepelde regeling, die vandaag in de Staatscourant is gepubliceerd, is het gevolg van wetenschappelijk onderzoek waaruit gebleken is dat de kans op het weer optreden van een TIA of beroerte na de eerste aanval verlaagd kan worden door zeer snelle analyse en een goede behandeling. Daarna is niet het zogeheten recidiefrisico de bepalende factor, maar of er sprake is van lichamelijke of geestelijke beperking met betrekking tot rijgeschiktheid.