De onlangs door minister Donner van SZW aangekondigde wijziging van de vakantiewetgeving is noch door werkgevers noch door werknemers met gejuich ontvangen.
Begin vorig jaar heeft het Europese Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen het standpunt ingenomen dat wettelijke vakantierechten onaantastbaar zijn. Een werknemer moet volgens het Hof de gelegenheid krijgen om minimaal vier weken vakantie op te nemen, ook als hij ziek is. Deze uitspraak maakt een wijziging in de Nederlandse vakantiewetgeving noodzakelijk. Voortaan krijgen werknemers die langdurig ziek zijn recht op hetzelfde aantal vakantiedagen als hun niet-zieke collega’s. Werknemers moeten in de toekomst hun wettelijke vakantiedagen binnen anderhalf jaar opnemen (is nu vijf jaar). In overleg of bij cao kan afgesproken worden deze verjaringstermijn te verlengen.
Voor werkgeversvereniging VNO-NCW is de opbouw van vakantiedagen tijdens ziekte niet nodig. Het betreft hier echter Europese wetgeving die moet worden overgenomen. Als compensatie wordt het aanhouden van stuwmeren van vakantiedagen nu beperkt. VNO-NCW zal met argwaan volgen of er inderdaad op deze manier sprake is van adequate compensatie.
Ook MKB Nederland verwijst naar Brussel. De organisatie gaat goed in de gaten houden of de nieuwe wetgeving inderdaad wel kostenneutraal zal zijn. De wijziging dat werknemers voortaan hun wettelijke vakantiedagen binnen anderhalf jaar moeten opnemen, kan de goedkeuring van het MKB wel wegdragen.
Ook de georganiseerde werknemers hebben bezwaren. Vakcentrale CNV laat weten tegen het wetsvoorstel te zijn: in plaats van de fout te herstellen van het maken van onderscheid tussen zieke en niet-zieke werknemers, wordt een andere verslechtering voorgesteld voor alle werknemers. Het CNV heeft daarom grote problemen met het voorstel. Ten eerste is de verjaringstermijn in 2002 juist verlengd van twee naar vijf jaar, zodat werknemers kunnen sparen voor sabbaticals en studieverlof. Ten tweede moeten werkgevers het verzoek om vakantie goedkeuren. Als zij door drukte geen toestemming verlenen, bouwen werknemers na anderhalf jaar geen vakantiedagen meer op. De rekening wordt daardoor eenzijdig bij werknemers gelegd.
Soortgelijke geluiden zijn ook te horen van de FNV, die vindt dat er rekening gehouden moet worden met het feit dat mensen in een bepaalde fase van hun leven meer behoefte hebben aan tijd dan aan geld. Bovendien is het plan inconsequent: er wordt weliswaar een probleem opgelost (dat van de zieke werknemer), maar er wordt een ander, groter probleem gecreëerd. En zelfs als je beseft dat per cao er andere afspraken gemaakt kunnen worden, moet je voor ogen houden dat niet alle werknemers onder een cao vallen (PM).