Het kabinet wil af van onredelijk hoge, buitengerechtelijke incassokosten. Voortaan moet de vergoeding voor deze kosten berekend worden als percentage van het bedrag dat de schuldenaar aan de schuldeiser is verschuldigd, met een minimumbedrag van 40 euro.
De ministerraad is akkoord gegaan met dit idee van minister Hirsch Ballin van Justitie. Volgens de bewindsman geeft de norm voor vergoeding van incassokosten die nu in de wet is opgenomen ‘vaak onvoldoende houvast’ om vast te stellen welk bedrag precies is verschuldigd. Hierdoor wordt in de praktijk met enige regelmaat te veel in rekening gebracht.
Straks mag bijvoorbeeld niet meer dan 150 euro aan incassokosten worden gevraagd, als een rekening van 1000 euro niet is voldaan. De regeling geldt voor vorderingen tot 25.000 euro die vaak voorkomen bij transacties met consumenten en kleine bedrijven. Deze grens sluit aan bij een eerder wetsvoorstel tot verhoging van de competentiegrens van de kantonrechter tot 25.000 euro.
De Nederlandse Vereniging van Incasso-ondernemingen (NVI) kan zich goed vinden in de plannen van de minister, de Consumentenbond is minder blij. De bond vindt het wel goed dat uitwassen tegen worden gegaan, maar noemde eerder het minimum van 40 euro ‘idioot hoog’.