Het Openbaar Ministerie zag op juridische gronden geen aanleiding om Geert Wilders te vervolgen voor zijn anti-islam uitspraken. Daarbij zal zeker hebben meegespeeld dat vervolging hem een platform zou bieden om zijn mening verder te verspreiden. Als dat een reden zou zijn om niet tot vervolging over te gaan, zou dat kunnen betekenen dat – vooral populistische – politici in de praktijk niet gebonden zijn aan de grenzen van de vrijheid van meningsuiting. Maar waarom alleen politici? Het zou ook moeten gelden voor wetenschappers, opinieleiders of andere deelnemers aan het publieke debat. Waar ligt de grens?
Een ander veelgehoord argument tegen vervolging is het feit dat de politieke discussie zich verplaatst naar de rechtszaal en dat de rechter in het politieke debat wordt getrokken. De grenzen van de vrijheid van meningsuiting zijn niet nauwkeurig in de wet vastgelegd en het is daarom de rechter die in een concreet geval moet bepalen of die al dan niet zijn overschreden. Dat is geen strikt juridisch oordeel. Daarom is dat in beginsel aan de rechter en niet aan het OM.
De Belgische rechter veroordeelde Daniel Féret, voorman van het Front National in Wallonië, die zich, net als Wilders, keerde tegen de ‘islamisering’ van zijn land. Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens, waar de zaak uiteindelijk terecht kwam, oordeelde (in juli 2009, ruim een half jaar na het bevel van het Amsterdamse gerechtshof tot vervolging van Wilders) dat de veroordeling geen schending opleverde van artikel 10 (de vrijheid van meningsuiting) van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Het feit dat enkele rechters een dissenting opinion uitbrachten, geeft wel aan hoe verschillend over deze kwestie wordt geoordeeld. Opvallend is dat het Europese Hof opmerkt dat politici een bijzondere verantwoordelijkheid hebben waarop ze ook juridisch kunnen worden aangesproken.
De verdediging van Wilders richt zich echter niet op deze discussie. Uit de lijst van getuigen die hij wilde oproepen, leid ik af dat Wilders wil gaan bewijzen dat hij de waarheid spreekt. Een groep kenners van de islam maakt zich daar zorgen over en verwijt het OM dat het geen tegengetuigen heeft opgeroepen. Uiteraard heeft het OM dat niet gedaan: het zou bizar zijn deze strijd voor een Nederlandse rechter te gaan uitvechten.
Van de ingediende lijst van getuigen stond de rechtbank er maar enkele toe. Dat ontlokte een felle reactie van Wilders: dit is geen rechtsstaat meer, ik heb totaal geen respect voor de rechtbank en woorden van dergelijke strekking. Met deze verachting voor de rechterlijke macht is het juist hij die zaagt aan de poten van de rechtsstaat. Dat de woorden van het Europese Hof niet aan hem zijn besteed, zal geen verbazing wekken, maar hij zou toch ergens zijn verantwoordelijkheid als politicus moeten beseffen. Waarom wil hij ons anders zo doordringen van het gevaar van de islam?
Wat moet de rechter nu in deze zaak? Misschien kan hij Wilders vrijspreken van het ten laste gelegde zonder op de vraag in te gaan die hem ongetwijfeld indringend zal worden voorgelegd. Het OM zal ook niet in hoger beroep gaan, neem ik aan. Teleurstelling bij degenen die van mening zijn dat een aantal andere grondrechten de vrijheid van meningsuiting begrenzen, maar verder weinig opwinding, schat ik in.
In geval van een veroordeling is het land te klein. Het internet wordt overspoeld met bagger en ook advocaat Moszkowicz zal Wilders er niet meer van kunnen overtuigen dat we toch écht in een rechtsstaat leven. De afbraak van het respect voor de rechterlijke macht zal in versneld tempo doorgaan.
Wat een dilemma.