Bij de sloopregeling voor personenauto’s en bestelauto’s is er bij 0,1 procent van alle transacties vermoedelijk sprake van schijntransacties. Het gaat dan om auto’s die niet worden gesloopt maar worden doorverkocht.
Dat concludeert de VROM-Inspectie in een onderzoek naar het functioneren van de Tijdelijke sloopregeling personen- en bestelauto’s. Minister Cramer van VROM vindt het aantal fraudegevallen zo gering dat ze de regeling niet zal aanpassen.
De regeling, die eind mei vorig jaar in werking is getreden, heeft een budget van 85 miljoen euro. Degene die een ‘vuile’ auto inlevert voor sloop, krijgt afhankelijk van het soort auto bij aanschaf van een schonere wagen een premie van 750 tot 1750 euro. Na zeven maanden zijn ruim 62.000 auto's omgeruild.
De VROM-Inspectie heeft onderzocht hoe goed de regeling wordt nageleefd. Slechts in incidentele gevallen bleek dat de betrokken sloopbedrijven bewust of (vaker) onbewust de regeling overtraden. Soms handelden ze in strijd met de Wet Milieubeheervergunning door meer auto’s dan was toegestaan op te slaan of auto’s buiten de inrichting te plaatsen vanwege een piek in het aanbod van autowrakken. In dertig gevallen waren er aanwijzingen dat de koopovereenkomst voor de vervangende auto ongedaan werd gemaakt na aanvraag van de slooppremie. Op het moment van onderzoek ging het om 0,1 procent van het totale aantal transacties.
In de regeling is impliciet geregeld dat aangeboden autowrakken moeten worden gedemonteerd, maar er is geen verplichte terugmelding in de vorm van een demontageverklaring van het wrak. De inspectie pleit ervoor om dit in te voeren bij een mogelijke verlenging van de regeling; naleving en handhaving worden daardoor een stuk eenvoudiger.
De sloopregeling loopt in principe tot eind 2010 of stopt eerder als de beschikbare 85 miljoen euro op is. De minister gaf vorige week in de Kamer aan dat ze de regeling niet wil verlengen. (MvdT)