Mensen met zeer lichte of lichte dementie mogen voortaan autorijden, op voorwaarde dat ze een rijtest bij het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) goed doorstaan. Een wijziging van de Wijziging van de Regeling eisen geschiktheid 2000 maakt dit mogelijk.
Minister Eurlings van Verkeer heeft tot de wijziging besloten op verzoek van de Stichting Alzheimer Nederland. ‘Tot op heden waren personen met dementie, ongeacht de ernst, ongeschikt voor alle rijbewijzen. Doordat de diagnose dementie in een steeds vroeger stadium gesteld kan worden, rees de vraag of personen met beginnende dementie en met geringe klachten mogelijk toch nog tijdelijk rijgeschikt kunnen zijn,’ beargumenteert hij zijn besluit.
Hij heeft zich daarbij gebaseerd op adviezen van een commissie van het CBR, die heeft voorgesteld om bij lichte en zeer lichte vormen van dementie de rijgeschiktheid niet langer volledig uit te sluiten voor rijbewijzen van groep 1 (A, B en B+E). Voor rijbewijzen van groep 2 (C, C+E, D en D+E) is voorgesteld om de ongeschiktheid in alle gevallen van dementie te handhaven, evenals voor het beroepsmatig gebruik van rijbewijzen van groep 1. Voor het definitieve oordeel over de geschiktheid voor groep 1 rijbewijzen adviseert de commissie het afnemen van een rijtest op de openbare weg door een deskundige op het gebied van de praktische rijgeschiktheid van de desbetreffende afdeling van het CBR. (MvdT)