Volwassen en jeugdige gedetineerden kunnen de tenuitvoerlegging van hun voorlopige hechtenis straks niet meer wegens persoonlijke omstandigheden laten schorsen door de rechter. Een wetsvoorstel dat dit uitsluit is vandaag door minister Hirsch Ballin van Justitie voor advies naar verschillende instanties gestuurd.
Zodoende kan een gedetineerde tegen wie een voorlopige hechtenis is uitgesproken nog enkel op grond van de Penitentiaire beginselenwet, dus via de directeur van de inrichting, verlof aanvragen wegens persoonlijke omstandigheden. Volgens dit recht is het in principe alleen mogelijk voor de periode van één dag de inrichting te verlaten en alleen in die gevallen waar het gaat om persoonlijke omstandigheden zoals kraambezoek, levensgevaar voor de partner(s) of naaste familie of het bijwonen van een uitvaart.
Het gaat daarbij om gevallen waarin verlof moet worden geweigerd, bijvoorbeeld als de gedetineerde een ongewenstverklaarde vreemdeling is of vluchtgevaarlijk, of als het risico bestaat van ongewenste confrontaties met slachtoffers, op verstoring van de openbare orde of mogelijke maatschappelijke onrust. De mogelijkheid tot het schorsen onder voorwaarden van de voorlopige hechtenis als zodanig blijft bestaan.